Cortisone-injecties: wanneer helpen ze en wat zijn de risico's?
Cortisone-injecties behoren tot de meest gebruikte behandelingen binnen de orthopedie. Wanneer iemand met een spier-, pees- of gewrichtsprobleem bij een arts terechtkomt, zijn er meestal verschillende behandelopties: kinesitherapie, medicatie, een injectie of een operatie. Maar wat doet cortisone precies? Wanneer kan het nuttig zijn en wanneer is voorzichtigheid geboden?
Senne Gabriëls
7/26/20263 min read


Wat is een cortisone-injectie?
Cortisone is een vorm van corticosteroïden, geneesmiddelen die de werking van het lichaamseigen hormoon cortisol nabootsen. Ze hebben vooral een sterke ontstekingsremmende werking doordat ze bepaalde processen binnen het afweersysteem beïnvloeden en ontstekingsreacties verminderen.
Een injectie kan rechtstreeks in een gewricht worden toegediend, zoals de schouder, knie of heup, maar ook rond bepaalde zachte weefsels zoals pezen of slijmbeurzen.
Het belangrijkste effect van cortisone is het verminderen van ontsteking en pijn. Het stimuleert echter niet rechtstreeks het herstel van beschadigd weefsel.
Ontsteking wordt vaak gezien als iets negatiefs, maar dit proces is normaal en noodzakelijk na een blessure of infectie. Het lichaam gebruikt ontstekingsreacties namelijk om herstel op gang te brengen. Daarom is het niet verstandig om elke vorm van ontsteking zomaar te onderdrukken.
Cortisone is vooral nuttig wanneer er sprake is van een overmatige of langdurige ontstekingsreactie die het herstel belemmert.
Wanneer kunnen cortisone-injecties nuttig zijn?
Frozen shoulder
Bij een frozen shoulder ontstaat een pijnlijke verstijving van het schoudergewricht, met een duidelijke beperking van de beweeglijkheid. De oorzaak is vaak een ontstekingsreactie in en rond het gewricht.
Een cortisone-injectie in het schoudergewricht kan de pijn verminderen en de beweeglijkheid verbeteren, vooral tijdens de eerste maanden. Hierdoor wordt het vaak gemakkelijker om opnieuw actief te oefenen en de schouderfunctie terug op te bouwen.
Triggerfinger
Bij een triggerfinger raakt een pees die de vinger buigt geïrriteerd en ontstoken. Hierdoor kan de vinger blokkeren of haperen tijdens het bewegen
Een cortisone-injectie rond de peesschede kan in veel gevallen een effectieve behandeling zijn en de klachten sterk verminderen.
Carpaletunnelsyndroom
Bij het carpaletunnelsyndroom ontstaat druk op de middelste handzenuw ter hoogte van de pols. Dit kan leiden tot tintelingen, pijn, krachtsverlies en gevoelsstoornissen in de hand.
Omdat ontsteking de beschikbare ruimte rond de zenuw kan verminderen, kan een cortisone-injectie tijdelijk verlichting geven. Bij sommige patiënten kan dit ook de nood aan een operatie uitstellen.
Wanneer kan cortisone eventueel helpen als tijdelijke ondersteuning?
Soms is pijn zo sterk dat actief herstel moeilijk wordt. In zulke situaties kan een injectie tijdelijk een "venster" creëren waarin bewegen en trainen opnieuw mogelijk worden.
Het doel is dan niet om het probleem op zichzelf op te lossen, maar om de patiënt in staat te stellen kracht, mobiliteit en functie opnieuw op te bouwen.
Pijn aan de buitenzijde van de heup
Wat vroeger vaak werd aangeduid als een slijmbeursontsteking van de heup (trochanter bursitis), blijkt meestal eerder samen te hangen met een probleem van de pezen van de bilspieren.
Cortisone kan hierbij op korte termijn pijn verminderen, maar de voordelen verdwijnen vaak na enkele maanden. Daarom wordt het vooral gezien als een tijdelijke ondersteuning om daarna gericht kracht en belastbaarheid op te bouwen.
Artrose
Bij artrose vermindert de kwaliteit van het kraakbeen in een gewricht, bijvoorbeeld in de knie of heup. Krachttraining speelt een belangrijke rol bij het verbeteren van de functie en het verminderen van de belasting op gewrichten.
Een cortisone-injectie kan soms tijdelijk pijn verlichten, waardoor iemand beter kan starten met oefeningen. Het verandert echter het onderliggende slijtageproces niet.
Wanneer zijn cortisone-injecties minder geschikt?
Hoewel cortisone effectief kan zijn tegen pijn en ontsteking, zijn er ook nadelen. Herhaald gebruik kan mogelijk een negatieve invloed hebben op kraakbeen en bepaalde zachte weefsels zoals pezen.
Daarom wordt het aantal injecties in hetzelfde gewricht vaak beperkt.
Bij bepaalde peesproblemen blijkt cortisone op lange termijn weinig voordeel te bieden en kan het risico op terugkerende klachten zelfs toenemen.
Voorbeelden hiervan zijn:
tenniselleboog;
golferselleboog;
subacromiaal inklemmingssyndroom van de schouder;
bepaalde pees- en labrumproblemen van de heup.
Bij deze aandoeningen ligt de focus meestal beter op een actieve aanpak met gerichte oefeningen, belastingopbouw en het verbeteren van bewegingspatronen.
Besluit
Cortisone-injecties kunnen een waardevol hulpmiddel zijn binnen de behandeling van bepaalde orthopedische klachten, maar ze zijn geen universele oplossing.
Bij aandoeningen waarbij een overmatige ontstekingsreactie een belangrijke rol speelt, zoals een frozen shoulder of triggerfinger, kunnen ze zeer effectief zijn. Bij andere problemen kunnen ze vooral tijdelijk pijn verminderen zodat actieve revalidatie mogelijk wordt.
Voor peesletsels en overbelastingsproblemen bieden ze meestal minder langdurige voordelen en kunnen ze bepaalde risico’s met zich meebrengen.
De keuze voor een cortisone-injectie hangt uiteindelijk af van het individuele probleem, de ernst van de klachten en de doelen van de patiënt. Een goede afweging tussen arts, kinesitherapeut en patiënt blijft daarom essentieel.


